Ben je gevoeliger voor overprikkeling als je neurodivergent bent?
- 10 mrt
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 17 mrt
Ik merk dat dit voor veel mensen nog iets vaags is — of toch te vaag om er echt mee aan de slag te gaan. In het woord overprikkeling hoor je “over” en “prikkels”, en dat vertalen we vaak als: te veel prikkels. Dat klopt ook… maar het gaat niet alleen over de hoeveelheid.
Overprikkeling gaat vooral over hoe je prikkels verwerkt.
Die “hoe” zit in je brein en je zenuwstelsel. We krijgen de hele dag door prikkels binnen via onze zintuigen. Je brein verwerkt die stroom aan informatie en stuurt van daaruit signalen naar je zenuwstelsel: veilig/onveilig, doorgaan/stoppen, actie/rust.
En als dat systeem te lang “aan” staat, te hard moet filteren, of te weinig herstel krijgt… dan
ontstaat overprikkeling.

De link tussen overprikkeling en ADHD, autisme en hoogbegaafdheid.
Iedereen kan overprikkeld raken. Als je te lang te veel moet verwerken (drukte, stress,
slaaptekort, zorgen, constante input), dan gaat elk zenuwstelsel op een bepaald moment zeggen: "Stop!" Overprikkeling is in die zin iets menselijks: een beschermingsmechanisme dat voorkomt dat je (nog verder) over je grenzen gaat. Bij neurodivergente mensen (ADHD, ASS, hoogbegaafdheid, ... ) zien we wel dat overprikkeling sneller ontstaat. Niet omdat iemand zwakker is, maar omdat een
brein op een paar cruciale punten anders kan werken:
• De filter werkt anders.
Prikkels kunnen harder binnenkomen, langer blijven hangen, of minder automatisch weggefilterd worden.
• Verwerken kost meer energie.
Niet alleen zintuiglijk (licht, geluid, drukte), maar ook cognitief: schakelen, plannen, sociaal lezen, onverwachte verandering.
• Lichaamssignalen komen soms later door. Honger, dorst, moeten plassen, vermoeidheid… pas laat “doorkomen” betekent vaak: pas laat doorhebben dat je al over je grens zit.
• Herstel werkt anders.
Waar de ene genoeg heeft aan “even rust”, heeft een ander echt ontlading nodig (bewegen, alleen zijn, druk, voorspelbaarheid, stilte…).
Dus: overprikkeling is geen “neurodivergentie-ding”, maar bij neurodivergentie is er vaak meer input, minder automatische filtering en/of meer verwerkingswerk. Hierdoor kom je sneller aan je limiet.
"Waarom is het zo belangrijk om te weten hoe je prikkels verwerkt?"
Als je snapt hoe jouw prikkelverwerking werkt, weet je ook sneller wat je nodig hebt om
overprikkeling te voorkomen of te dempen.
Bij veel cliënten binnen het neurodiverse plaatje zie ik dat lichaamseigen signalen (zoals honger, dorst, naar het toilet moeten, vermoeidheid…) pas laat binnenkomen, alsof er een hoge drempel zit op die “interne meldingen”.
Er moeten dan eerst veel prikkels opstapelen voor het zenuwstelsel doorheeft: “Aha, dit is belangrijk. Hier moet ik iets mee.”
Klinkt het bekend?
Heb je een neurodivergent kind dat lang veel natte nachten had? Dan denk je nu: “aaaaaah.”
Heb je zelf ADHD en ga je pas naar het toilet als het echt dringend is? Ook: “aaaaaah.”
Prikkelverwerking gaat namelijk niet alleen over “veel” of “weinig” prikkels. Het gaat ook over
filteren: je brein moet kunnen onderscheiden welke signalen prioriteit hebben.
De meeste breinen doen dat automatisch, maar bij veel neurodivergente breinen werkt die filter anders. Soms heeft die filter meer input nodig voor hij begrijpt wat de boodschap is — en pas dan wordt het signaal duidelijk genoeg om ernaar te handelen.
Overprikkeling ziet er bij iedereen anders uit.
Voor de ene is “te veel” vooral geluid en drukte. Voor de andere is het net sociale interactie,
verwachtingen, keuzes moeten maken, of continu moeten schakelen.
Want prikkels zijn niet alleen wat je ziet, hoort of voelt. Prikkels zijn óók:
• informatie (apps, berichten, nieuws, to do’s)
• sociale signalen (mimiek lezen, gesprek volgen, ‘juist’ reageren)
• interne prikkels (honger, pijn, spanning, vermoeidheid)
• emotionele prikkels (conflict, verantwoordelijkheid, alert blijven)
Als je brein veel tegelijk moet verwerken — of als je filter anders werkt — dan kost dat bakken energie en vraagt dit veel van je stresssysteem en zenuwstelsel. Je staat continu 'aan' en je geraakt in een negatieve spiraal.
Het lastige is: je merkt het vaak pas wanneer je er al in zit. Omdat je gewend bent om door te
duwen, of omdat lichaamssignalen pas laat doorkomen. En dan lijkt het alsof het “plots”
gebeurt, maar eigenlijk is het iets dat is opgebouwd.
Overprikkeling ontstaat snel in een wereld die continu 'aan' staat: de maatschappij.
We leven in een maatschappij waar veel dingen tegelijk normaal zijn geworden: snel schakelen, altijd bereikbaar zijn, drukke omgevingen, volle agenda’s, veel sociale verwachtingen, veel keuzes, veel input. Dat betekent: meer prikkels, minder pauzes.
En daar zitten een paar lagen onder, die vaak onzichtbaar blijven:
• Tempo & bereikbaarheid: Altijd moeten reageren, altijd moeten bijblijven. Je zenuwstelsel krijgt minder momenten waarop het goed kan herstellen en in rust kan gaan.
• De norm van ‘functioneren’: Doorgaan, aanpassen, “niet zeuren”, presteren. Veel mensen leren signalen negeren tot het niet meer gaat.
• Omgevingen die niet prikkelvriendelijk zijn: Fel licht, lawaai, drukte, open ruimtes, constante achtergrondgeluiden. Voor sommige systemen is dat elke dag al topsport.
• Maskeren en sociaal ‘kloppen’:
Bij veel mensen kost “passen in wat verwacht wordt” enorm veel energie.
De wereld vraagt soms meer dan veel zenuwstelsels kunnen dragen, en we doen alsof dat een individueel probleem is. En daar zit net de shift: minder “wat scheelt er met mij?” en meer “wat heeft mijn systeem nodig?”.
Het sensorisch profiel: je eigen prikkelhandleiding leren kennen
Wist jij dat je heel concreet in kaart kan brengen hoe jouw prikkelhandleiding precies werkt?
Over welke prikkels jou vullen, hoe snel dat gebeurt, waar je het merkt in je lijf, en wat jou helpt om terug te landen.
Een sensorisch profiel maakt prikkelverwerking concreet. Niet in de vorm van “je bent gevoelig” of “je kan niet tegen drukte”, maar in de vorm van:
• wat komt er bij jou harder binnen (geluid, licht, aanraking, beweging, geur, drukte…)
• wat merk je net te weinig op (honger, pijn, vermoeidheid, lichaamssignalen…)
• wat doet je systeem automatisch bij stress (zoeken naar prikkels of net vermijden)
• welke omstandigheden maken dat je sneller volloopt (onvoorspelbaarheid, sociale
context, multitasken, tijdsdruk…)
• welke regulatiestrategieën écht werken voor jou (stilte, beweging, druk, structuur, alleen zijn, voorspelbaarheid, ritme…)
Het sensorisch profiel is een manier om vroeger te herkennen: “ik loop vol”, en vooral: “dit is wat ik nodig heb vóór ik crash.”
En dat is ook waarom dit zo’n belangrijke schakel kan zijn in het voorkomen van die vicieuze
cirkel richting uitputting: je gaat niet pas reageren bij een shutdown, maar je leert bijsturen op het moment dat je systeem nog aanspreekbaar is.
Kort gezegd: een sensorisch profiel helpt je om helder te krijgen wat jou leeg trekt, wat je oplaadt, en welke strategieën je best helpen om te herstellen.
door: Sofie Meerschaege
*Je kan bij Sofie (en andere collega's in onze praktijk) terecht als je wil leren om je zenuwstelsel te reguleren of een sensorisch profiel wil laten opmaken.



Opmerkingen